Mijn dochter stelt voor om friet te eten. Dat is hoe we patat in Limburg noemen. Toch gaat het om meer dan dat. Met friet bedoelen we namelijk niet zomaar een aardappel ondergedompeld in het vet. Friet is het geelgouden goed waarvoor je op Markt in Maastricht in de rij staat.

De magie van de rij

Wat is het toch met die rij bij Reitz? Om duidelijk te maken dat het nog wel even duurt, stuur ik mijn dochter een foto. Ze herkent het fenomeen maar al te goed. Een rij die je vertelt dat hier iets wordt verkocht wat de moeite waard is. Terwijl er alweer mensen achter mij aanschuiven, besef ik dat de rij meer is dan een opmaat naar de geelgouden puntzak. Aanschuiven in de rij is je aansluiten bij een groep.

Berenlullen

Deel uitmakend van de tijdelijke verbondenheid van de rij van Reitz en tussen de whatsappjes met mijn dochter door, valt mijn oog op een Japanner. Hij staat voor het raampje waar de uitgifte van snacks als gehaktballen en berenlullen plaatsvindt. Wanneer de man ontdekt dat hij verkeerd staat, zie ik hem een twijfelende blik uitwisselen met zijn vrouw. Ze hebben geen woorden nodig om te beseffen wat iedereen ziet; hier wordt iets verkocht wat de moeite waard is. Maar ondertussen is de rij zo lang dat de aantrekkingskracht om – al is het maar voor heel even – deel uit te maken van die beleving, de moed in de schoenen doet zakken. Met een iets te enthousiaste, Nederlandse ‘sir’ vang ik de aandacht van de Japanner. Gebarend nodig ik de man uit om voor mij in de rij plaats te nemen.

De taal van friet

Terwijl ik de mensen achter me in de rij bedank voor het gunnen van het plaatsje aan de Japanner, voel ik zijn onzekerheid groeien. Hij zal op zijn friet met mayonaise moeten wachten om te weten of het bestellen is gelukt. Ondertussen zie ik hem twijfelen over blijven staan bij de kassa of zich terug begeven naar het raampje. Wanneer hij een frietje met zoervleis voorbij ziet komen (want dat is hoe je als goed Limburger je friet opsaust), bespeur ik zijn vrees niet goed te zijn begrepen. Dan vangt hij mijn oogopslag; ik zie hem aarden. ‘Vertrouw, het komt goed’, is wat ik hem zeg. Begrip van zijn woorden heb ik niet nodig om de dankbaarheid te vangen als hij met de puntzak de zaak verlaat.

Geelgouden geluk

Even later loop ik naar buiten met mijn geelgouden buit in een papieren tas. Terwijl ik op mijn fiets stap, zie ik het Japanse stel samen al lopend de frietzak delen. Een warm gevoel omarmt me. Zojuist hebben de man en ik zoveel gezegd. Hij deelde zijn onzekerheid. Zijn vertrouwen gaf me een gevoel van verbondenheid, mens-zijn en herkenning. Herkenning die mij doet proeven aan mijn eigen onzekerheden. De smaak? Die van geluk!

Foto geleend van de site van Reitz.