Het Empty Nest Syndrome of Lege Nest Syndroom. Sinds een dik jaar vliegen deze drie woorden geregeld om mijn oren. Het doet me denken aan de tijd dat ik in verwachting was. Opeens zag ik overal zwangere vrouwen. Nu, 17 jaar later, staat mijn dochter op het punt het huis te verlaten. Deze zomer vliegt ze uit. Daarmee ligt het Empty Nest Syndrome op de loer.

Empty Nest Syndrome en het Zwitserleven gevoel

Ik typ Empty Nest Syndrome en begin te zoeken. Ik kom op een site met een foto van twee bijna-bejaarden die het Zwitserleven gevoel uitstralen. Ik voel nul herkenning. Toch lees ik de eerste tip op de site. Namelijk om als vrouw het-leuke-dingen-met-je-partner-doen niet uit te stellen tot de kinderen uit huis zijn. ‘Hé hallo, heb je die kinderen niet in de eerste plaats omdat je iets met je partner hebt?’ is mijn eerste reactie. Er is echter nog een tweede element in de tip waar ik mijn vraagtekens bij plaats. Wanneer ik online verder zoek, kom ik het meermaals tegen. Het Lege Nest Syndroom lijkt een vrouwending. De gevoelens van verdriet, eenzaamheid en rouw overvallen kennelijk vooral mij als vrouwmens. Bestel die antidepressiva maar alvast!

Waar ben ik bang voor?

Ik bedwing mijn behoefte om een betoog over emancipatie te schrijven. Ik onthoud me, voor nu in ieder geval, van een verdere zoektocht naar waarom het Lege Nest Syndroom een vrouwending is. Besluit me op mezelf te concentreren. Ik stel mezelf de vraag waarom ik het fenomeen eigenlijk heb gegoogled. Ik doe immers al leuke dingen met mijn partner. Waar maak ik me druk om? Bovendien is het ook niet zo dat ik me verveel. Ik ben een werkende vrouw en heb genoeg te doen. Een gebrek aan uitnodigingen voor feestjes heb ik niet en eigenlijk kan ik best wat meer tijd voor mezelf gebruiken. Waar ben ik dan bang voor?

Kind als kompas

Het zit ‘m in mijn fundament. Ik realiseer me dat mijn dochter al vanaf het moment dat zij zich in mijn buik nestelde mijn rode draad is. Ik ken haar agenda beter dan mijn eigen planning. Als iemand me vraagt om samen een drankje te doen, dan checkt mijn hoofd automatisch eerst haar rooster. Pas daarna stel ik me de vraag of ik überhaupt wel zin heb om af te spreken. Wanneer mijn partner voorstelt om een weekendje weg te gaan, doe ik hetzelfde. Zo ook wanneer iemand een zakelijke afspraak buiten kantooruren voorstelt. En in vergaderingen neem ik voor niemand mijn telefoon op. Nou ja, behalve als mijn dochter belt… Het moment waarop ’s ochtends mijn wekker gaat is afgestemd op haar schooltijden. En op zaterdagen gaat haar hockey voor.

Hunker naar standvastigheid

Ik realiseer me dat mijn dochter met die rode draad richting geeft aan mijn leven. Wanneer ze het huis uitgaat, raak ik mijn kompas kwijt. Dat maakt dat ik zelf mijn koers mag zetten. Terwijl ik heus wel weet dat nieuwe uitdagingen wachten, vind ik het doodeng. Doodeng om 100% zelf te mogen voelen. Te bedenken wat ik wanneer wil en wat niet. Om te luisteren naar mezelf. Plotseling besef ik de afgelopen maanden meermaals te hebben gegrapt: ‘Waarom heeft mijn lief niet die hele belangrijke baan van onderdirecteur bij de lokale bank in Bennebroek?!’ Waarmee ik zoveel aangeef als behoefte te hebben aan standvastigheid. Het idee straks zo vrij als een vogel te zijn, maakt onzeker.

Kun je eigenlijk zelf wel vliegen?

Feit is dat die standvastigheid er niet is. Dat ik maar één dochter heb en dat ik dus niet gefaseerd zal wennen aan kinderen die het nest verlaten. Het voelt dubbel. Al die jaren heb ik geïnvesteerd in mijn dochter. Wilde ik haar alles meegeven om op te groeien tot een zelfstandige, zelfverzekerde en zelfbewuste vrouw. Wilde ik haar de handvatten meegeven, in denken en doen, om haar dromen, met respect voor haar omgeving, te kunnen waarmaken. Wanneer ik naar haar kijk, ben ik trots. Maar nu zie ik opeens een spiegel. Zoals ze zo vaak mijn spiegel is geweest. En die spiegel weerkaatst: ‘En jouw dromen dan?’ Zachtjes hoor ik een stemmetje fluisteren: ‘Kun je eigenlijk zelf wel vliegen?’