Ooit, in de tijd dat ik bij het American Hotel werkte, bracht een collega een grap in. Hij vroeg of ik behalve mijn strippenkaart ook mijn paspoort bij me had. Het was zijn knipoog naar de multiculturele samenleving van het stadsdeel waar ik woonde. Het is lang geleden. De tijd van de strippenkaarten. Tegenwoordig is West hip en de grap niet grappig meer.

Toch verhuisde de grap mee van Amsterdam naar het Zuiden. Als inzet wanneer mijn dochter tegen Kerkrade hockeyde. Het ene grapje was het advies om vooral niet van de aarde af te vallen. Daarmee bestempelden we Kerkrade als het einde van de wereld. De tweede was die van het paspoort. Deze keer niet vanwege de multiculturele bevolkingssamenstelling, maar als verwijzing naar het onverstaanbare dialect. Bovendien, wanneer je naar het einde van de wereld reist, neem je nu immers een reisdocument mee.

Oog in oog met een grap

Het grapje is met de jaren vervlogen. Enerzijds omdat mijn dochter al tijden niet meer tegen Kerkrade heeft gespeeld, maar bovenal vanwege het toch wel enigszins beperkte humorgehalte. Mijn dochter is dan ook ondertussen 18 in plaats van 8 jaar.

Toch stond ik vandaag onverwachts oog in oog met de grap. Tussen de parkeerplaats van het Museumplein in Kerkrade en Cube design museum gebeurde het. Daar, op het spoor van Station Kerkrade, constateerde ik dat de wereld hier stopt. Verder dan Kerkrade rijdt de trein niet.

Gevoelsbedrog in een grapje gevangen

Oog in oog met het grapje, daar op dat dode spoor in Kerkrade, raakte ik de tel kwijt bij de keren dat ik die spoorweg oplettend ben overgestoken. Al die tijd zag ik wel, maar voelde ik niet dat het traject hier stopt. Ontelbare keren werd mijn oplettendheid, ondanks het opvallende hek, bij het oversteken door een rode vlag gevaargevoel aangewakkerd. Vandaag maakte de alertheid plaats voor een groen gekleurde rode vlag. Daarmee ruimte voor verwondering; gevoelsbedrog van jaren in een grapje gevangen! En voor het eerst, zo achter dat hek op de rand van de aarde, vind ik het grapje leuk!