Het was in de tweede kleuterklas. De tijd van voor het basisschoolconcept met het groepensysteem. De tijd van de klassen. Een tijd die zich nu, vier decennia later, laat omschrijven als: ‘Er was eens heel lang gelden…’ Een lang geleden waarin de kleuterjuf haar klas aanmoedigde om een kring te vormen. Samen met een vriendinnetje zag ik mijn kans schoon. In plaats van in de kring plaats te nemen, vroegen we of we nog even naar de wc mochten. Volgens mij voelde de juf toen al dat er iets niet klopte, maar dat kan ook mijn schuldgevoel achteraf zijn.

Ik denk dat het de jongens wc was. Daar hing, gemeten aan mijn huidige lengte, een lange wasbak op kniehoogte. Daarboven drie of vier kranen, het kan ook zijn dat zelfs vijf kleuters gelijktijdig hun handen konden wassen. In die wasbak ging ik samen met mijn kleutervriendin staan. Opzoek naar, ik meen, Grote Smurf. Het kan ook een ander exemplaar uit de Smurfen-familie zijn geweest die het in onze kleuterklas tot grote hoogte had geschopt. Een exemplaar dat op plaatsen als de verwarming achter de wasbak – wie verzint zo’n constructie – werd verstopt om voor eigen gebruik te behouden. Waarschijnlijk omdat kleuters simpelweg nog niet zo goed zijn in delen.

Reputatie hoog te houden

Staand in de wasbak constateerden we al snel dat Grote Smurf zich niet achter de verwarming schuilhield. Misschien, denk ik nu achteraf, heeft het te maken gehad met zijn toverkunst. Had hij zichzelf doen verdwijnen om ons een lesje te leren. De Grote Smurf heeft nu eenmaal zijn reputatie als man van de wijsheden hoog te houden. De les die volgde nadat de wasbak in 101 stukken op de grond lag, lijkt nu – zo’n 42 jaar later – te zijn ingedaald.

Ik vermoed dat we destijds niet de tijd hebben gehad om samen een plan te maken. Ik herinner me onze schrik en de commotie die in de kleuterklas volgde. Als scherven geluk betekenen, dan kon ons geluk niet op. Hoewel ik niet denk dat ik dat van die scherven en dat geluk op vijfjarige leeftijd wist. Ik weet ook niet of ik me nog heb afgevraagd, als dan niet achter die verwarming, waar Grote Smurf dan wel uithing. Ik herinner alleen dat mijn vriendinnetje en ik bij hoog en laag volhielden, afgestemd of niet, dat we enkel tegelijkertijd de kranen hadden opengedraaid om onze handen te wassen.

De wijsheid van Grote Smurf

Waarschijnlijk is ze ook langsgegaan bij het klasgenootje dat enkele huizen verderop woonde, maar opeens stond de juf op de stoep. Onze stoep! Ze kwam informeren bij mijn moeder of zij misschien meer over het ongeval wist. Mijn moeder checkte mijn verhaal en liet de juf daarop weten dat het toch echt moest kloppen. Vol vertrouwen in haar vijfjarige kleuter. Het is in dit vertrouwen dat de wijsheid van Grote Smurf verborgen zit.

Ik kan me niet herinneren mijn moeder ooit nog de waarheid te hebben onthouden. Althans, een onwaarheid te hebben verteld. Zonder dat ze het wist, beschaamde ik haar vertrouwen. Terwijl juist zij mij haar vertrouwen gaf. Iets dat ik, vier decennia later, vang onder de noemer ‘diefstal’. Diefstal die in het boeddhisme verwijst naar iemand de waarheid onthouden; diefstal van de feiten. Een situatie waarin iets wordt voorgehouden, dat in werkelijkheid anders is. En als de werkelijkheid anders is en ik dus in werkelijkheid anders ben dan dat ik doe geloven, wat is de liefde en het vertrouwen van mijn moeder dan nog waard? Daarmee doe ik mijzelf tekort. Creëer ik een waarheid van onecht zijn. Het maakt mij een dief van mijn eigen zijn.

De waarheid

De wasbaksituatie in mijn kleutertijd heeft me, grotendeels onbewust, veel geleerd. En dat is fijn, want daar is school nu eenmaal voor. Ik herinner me, ik denk zo ergens aan het eind van mijn puberteit, de niet te stoppen lach en de verbazing van mijn moeder toen ik haar de ware toedracht van de 101 scherven vertelde. Haar lach was een cadeau. Ze leek onverminderd van mij te houden. Te ervaren dat iemand zelfs van mij als mens met fouten houdt, maakt dat ik durf te zijn wie ik ben. Een ‘zijn’ waar vanuit ik kan groeien. Die wijsheid heb ik toch maar mooi gesmurft.